Het voelt als een vlinder die met z'n vleugel langs m'n baarmoeder gaat. Alsof m'n darmen borrelen. Alsof er frisdrank in mijn buik zit. Of, in mijn geval, alsof de baby zich een slag in de rondte duikelt in mijn lijf.
Al vanaf het moment waarop ik de baby voor het eerst zou kunnen voelen, zocht ik naar vlinders, bubbels en borrels. Ik voelde niks. Wel leek het soms alsof mijn darmen het zwaar te verduren hadden, maar dat voelde niet als een baby. Bovendien: mijn darmen hádden het ook zwaar te verduren, want er was ineens een reusachtig levend geval op ze komen duwen. En wat nog erger was: dat geval werd elke dag weer stukken groter.
Ook mijn blaas had het zwaar te verduren. Van binnenuit was er dus dat reusachtig levend geval dat op haar duwde. Maar van buiten was het gevaar nog veel groter. Daar waren twee nog reusachtigere gevallen, levend en boordevol haar, die met grote regelmaat een aanloopje namen en zomaar – hop! – op haar sprongen. De landing verliep meestal met een zware plof waardoor zelfs de baby wakker schudde. En daarna kwam het ergste. Een soort kriebelen, maar dan met iets heel scherps – nagels ofzo – en een zachtjes indrukken en loslaten. Woopy en Trisha heten ze, die harige gevallen, maar daar kan ik ook niks aan doen.
De baby kan trouwens, naast vlinderen, borrelen en koppeltje duikelen, ook al heel goed horen. Dat vertelde mijn zwangerschapshandboek mij. Vooral zware stemmen, zoals die van z'n vader, komen goed over. Een rare speling van de natuur, want waarom zou een ongeboren kind in hemelsnaam wel zijn vader, maar niet zijn moeder moeten kunnen horen? Gelukkig betekent dat ook dat mijn in-mezelf-gepraat nog niet zo goed door de baarmoederwand heen dringt. Weer een gewoonte om nog snel even af te leren, want voor je het weet denkt babylief nog dat het volkomen normaal is om boodschappenlijstjes op te dreunen of hardop aan te kondigen wat 'ie nu weer eens gaat doen. Ik hoop maar dat er niemand anders in huis is dan wij tweetjes, mocht het toch zover komen. Kunnen we tenminste lekker samen in onszelf praten.
Terugkomend op die frisdrank: het is zéker geen frisdrank. Eerder ijs. Yoghurtijs, vruchtenijs, citroenijs, slagroomijs en vanille-ijs. IJs met melkchocolade, ijs met witte chocolade. Of met caramel en nootjes. Kilo's ijs in m'n buik, maar zéker geen frisdrank.
| Plaats op: |
|
| Tweet |
Van welke zwangersschapsklacht heb jij de meeste last?