Als je moet dialyseren
Stel, je nieren werken niet meer goed en je lichaam vergiftigt zichzelf langzaam. Dialyse is de enige optie. Een ramp, of goed mee te leven?
Je hebt het vast wel eens op televisie gezien: iemand die aan een apparaat gekoppeld is om zijn bloed te laten zuiveren. Dat is waarschijnlijk een nierpatiënt geweest, die aan het dialyseren was. Als nierenniet meer goed functioneren, filteren ze de afvalstoffen niet meer uit je bloed. De goede stoffen, bijvoorbeeld uit voeding, dus ook niet meer.
Enige optie
Als medicijnen en een dieet niet meer helpen bij nierproblemen, zal de arts nierdialyse aanwijzen als enige overgebleven optie. Meestal gebeurt dit als de nieren nog maar 10 procent of minder werken. Ze kunnen het bloed dan niet meer voldoende zuiveren en dat zal dus op een andere wijze moeten gebeuren.
Dialyseren kan op twee manieren: kunstmatig of via het buikvlies. Het ligt aan de medische toestand en de persoonlijke voorkeur welke dialyse het meest passend is.
Kunstnier
De kunstmatige variant heet hemodialyse en daarbij is de patiënt aangesloten op een dialysemachine. Dit is een soort kunstnier die het bloed reinigt. Met een naald wordt een slangetje in het lichaam gebracht, dat het bloed naar de machine vervoert.
Het apparaat zuivert het bloed van afvalstoffen en pompt het schone bloed weer terug in het lichaam. Dit duurt zo'n vier tot vijf uur en moet ongeveer drie keer per week gebeuren, meestal in het ziekenhuis of een dialysecentrum.
Als iemand begint met dialyseren wordt operatief een shunt aangelegd. Dat is een koppeling van een ader met een slagader, zodat er meer bloed doorheen stroomt en de ader makkelijker te prikken is.
Na een dialyse voelen patiënten zich niet altijd even lekker: ze kunnen last krijgen van jeuk, irritaties rond de shunt, rusteloze benen of een katergevoel.
Als je nierproblemen hebt, heb je namelijk vaak een verkeerd dorstgevoel en te veel vocht in je lichaam (door minder plassen). Hierdoor wordt het hart zwaarder belast (hoe meer vocht in het lijf, hoe harder het hart moet werken).
Na de hemodialyse zit er ineens veel minder vocht in het lichaam, waardoor het hart wel heel erg moet omschakelen. Dat een paar keer per week, is niet zo goed voor het hart.
Buikvliesspoeling
Bij de andere vorm van dialyseren, de peritoneale dialyse, blijft het bloed in het lichaam. De arts legt een slangetje aan naar de buikholte, waar vervolgens een soort spoelvloeistof doorheen loopt. De vloeistof neemt via het buikvlies vuile stoffen op en zuivert zo het bloed.
De vloeistof mag er na een paar uur weer uit en wordt vervangen door een nieuwe zak vloeistof. Dit gebeurt gemiddeld zo'n vier keer per dag. De geoefende patiënt voert deze dialyse zelf uit, overdag en op welke plek hij of zij maar wil. Tussen het wisselen van de zakken door is er tijd en bewegingsruimte genoeg om andere dingen te doen
De buikvliesdialyse kan ook 's nachts plaatsvinden. In dat geval koppelt de patiënt zijn slang gemiddeld acht uur aan een apparaat. Het voordeel is dat je rustig door kunt slapen tijdens de dialyse. Een ander voordeel van buikvliesdialyse is dat je bijna net zoveel mag drinken als gezonde mensen.
Invloed op dagelijks leven
Zoals je je kunt voorstellen kost dialyseren veel tijd. Mensen met nierproblemen moeten hun leven dan ook anders inrichten. Patiënten vertellen op de website van de Nierstichting over hoe dat voor hen is. De meesten hebben hun eigen manier gevonden om ermee om te gaan.
Ze weten wanneer zij het beste kunnen dialyseren om er zo min mogelijk last van te hebben. "Het went", schrijven velen. Werken of studeren kan gewoon, maar je moet er wel rekening mee houden dat je met dialyseren veel tijd en energie kwijt bent.
Veel mensen die dialyseren laten zichzelf op de wachtlijst plaatsen voor een nieuwe nier. Na een niertransplantatie zal dialyseren niet meer nodig zijn. De nieuwe nier kan zo'n 50 procent van de oorspronkelijke nierwerking teruggeven: dat is genoeg om niet meer aan de dialyse te hoeven. Een nieuwe nier kan jaren meegaan.
//
Je hebt het vast wel eens op televisie gezien: iemand die aan een apparaat gekoppeld is om zijn bloed te laten zuiveren. Dat is waarschijnlijk een nierpatiënt geweest, die aan het dialyseren was. Als
nierenniet meer goed functioneren, filteren ze de afvalstoffen niet meer uit je bloed. De goede stoffen, bijvoorbeeld uit voeding, dus ook niet meer.
Enige optie
Als medicijnen en een
dieet niet meer helpen bij nierproblemen, zal de arts nierdialyse aanwijzen als enige overgebleven optie. Meestal gebeurt dit als de nieren nog maar 10 procent of minder werken. Ze kunnen het bloed dan niet meer voldoende zuiveren en dat zal dus op een andere wijze moeten gebeuren.
Dialyseren kan op twee manieren: kunstmatig of via het buikvlies. Het ligt aan de medische toestand en de persoonlijke voorkeur welke dialyse het meest passend is.
Kunstnier
De kunstmatige variant heet hemodialyse en daarbij is de patiënt aangesloten op een dialysemachine. Dit is een soort kunstnier die het bloed reinigt. Met een naald wordt een slangetje in het lichaam gebracht, dat het bloed naar de machine vervoert.
Het apparaat zuivert het bloed van
afvalstoffen en pompt het schone bloed weer terug in het lichaam. Dit duurt zo'n vier tot vijf uur en moet ongeveer drie keer per week gebeuren, meestal in het ziekenhuis of een dialysecentrum.
Als iemand begint met dialyseren wordt operatief een shunt aangelegd. Dat is een koppeling van een ader met een slagader, zodat er meer bloed doorheen stroomt en de ader makkelijker te prikken is.
Na een dialyse voelen patiënten zich niet altijd even lekker: ze kunnen last krijgen van jeuk, irritaties rond de shunt, rusteloze benen of een katergevoel.
Als je nierproblemen hebt, heb je namelijk vaak een verkeerd dorstgevoel en te veel vocht in je lichaam (door minder plassen). Hierdoor wordt het hart zwaarder belast (hoe meer vocht in het lijf, hoe harder het hart moet werken).
Na de hemodialyse zit er ineens veel minder vocht in het lichaam, waardoor het hart wel heel erg moet omschakelen. Dat een paar keer per week, is niet zo goed voor het hart.
Buikvliesspoeling
Bij de andere vorm van dialyseren, de peritoneale dialyse, blijft het bloed in het lichaam. De arts legt een slangetje aan naar de buikholte, waar vervolgens een soort spoelvloeistof doorheen loopt. De vloeistof neemt via het buikvlies vuile stoffen op en zuivert zo het bloed.
De vloeistof mag er na een paar uur weer uit en wordt vervangen door een nieuwe zak vloeistof. Dit gebeurt gemiddeld zo'n vier keer per dag. De geoefende patiënt voert deze dialyse zelf uit, overdag en op welke plek hij of zij maar wil. Tussen het wisselen van de zakken door is er tijd en bewegingsruimte genoeg om andere dingen te doen
De buikvliesdialyse kan ook 's nachts plaatsvinden. In dat geval koppelt de patiënt zijn slang gemiddeld acht uur aan een apparaat. Het voordeel is dat je rustig door kunt slapen tijdens de dialyse. Een ander voordeel van buikvliesdialyse is dat je bijna net zoveel mag drinken als gezonde mensen.
Invloed op dagelijks leven
Zoals je je kunt voorstellen kost dialyseren veel tijd. Mensen met nierproblemen moeten hun leven dan ook anders inrichten. Patiënten vertellen op de website van de Nierstichting over hoe dat voor hen is. De meesten hebben hun eigen manier gevonden om ermee om te gaan.
Ze weten wanneer zij het beste kunnen dialyseren om er zo min mogelijk last van te hebben. "Het went", schrijven velen. Werken of studeren kan gewoon, maar je moet er wel rekening mee houden dat je met dialyseren veel tijd en energie kwijt bent.
Veel mensen die dialyseren laten zichzelf op de wachtlijst plaatsen voor een nieuwe nier. Na een niertransplantatie zal dialyseren niet meer nodig zijn. De nieuwe nier kan zo'n 50 procent van de oorspronkelijke nierwerking teruggeven: dat is genoeg om niet meer aan de dialyse te hoeven. Een nieuwe nier kan jaren meegaan.
Door: Brenda Kluijver
03-04-2008
Laatst gewijzigd op: 11-05-2012