Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische stoornissen. Ongeveer 5 op de 1000 mensen heeft last van een angststoornis. Er is sprake van een angststoornis als de angst onredelijk groot is, het functioneren verstoort en
paniekaanvallen veroorzaakt. Vaak is de angst irreël en zijn patiënten ook bang voor de angst zelf. Hierdoor ga je situaties vermijden. Een spinnenfobie kan zo heftig zijn dat iemand niet eens meer een kamer binnen durft.
Het woord 'fobie' betekent vrees en een
fobie valt onder de groep specifieke angststoornissen. Andere angststoornissen zijn bijvoorbeeld een sociale fobie, waarbij iemand bang is om negatief beoordeeld te worden, paniekstoornis, straatvrees en dwangstoornissen, zoals smetvrees.
Angststoornissen ontstaan door diverse factoren. Een belangrijke component is de erfelijke aanleg voor angststoornissen. Ook trauma's op jonge leeftijd, het verlies van een ouder, overmatige stress, hormonen en opvoeding spelen een rol. Vanwege deze verschillende factoren is behandelen niet eenvoudig en zal een angststoornis niet altijd voor honderd procent verdwijnen. Maar je kunt wel iets doen tegen angststoornissen en er in ieder geval voor zorgen dat de klachten afnemen zodat je weer goed kunt functioneren.
Behandeling
Een
behandeling tegen een angststoornis kan bestaan uit gedragstherapie, medicatie of een combinatie van beide. Antidepressiva kunnen effectief zijn bij angststoornissen, bijvoorbeeld de SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers). Deze werken via serotonine, een boodschappenstof die van invloed is op signalen in de hersenen. Omdat bij mensen met een angststoornis de 'angstthermostaat' is ontregeld, reageren ze met overmatige angstreacties op gewone signalen.
Bij gedragstherapie wordt bij angststoornissen vaak gekozen voor exposure. Dat wil zeggen dat je geleidelijk blootgesteld wordt aan dategene waar je angstig voor bent. Vergelijk het maar met leren zwemmen. Veel kinderen zijn in het begin bang voor water en leren het geleidelijk aan leuk te vinden. Een ander aspect van gedragstherapie is de cognitieve gedragstherapie. Hierbij leer je angstige en irreële gedachten omvormen tot reële gedachten.
Zorgverzekering
Met een angststoornis kun je terecht bij de zogenaamde tweedelijns psychologische zorg. Voor
diagnostiek en behandeling moet je vanaf 2012 een eigen bijdrage betalen. Deze bedraagt honderd euro voor behandelingen tot honderd minuten en tweehonderd euro voor behandelingen die langer dan honderd minuten duren.
Bij de keuze van een zorgverzekeraar is het vooral belangrijk om te letten op het aanvullende pakket. Als je in behandeling bent bij een GZ-psycholoog, is het verstandig om te kijken naar het aantal zittingen dat vergoed wordt. Hoe meer, hoe beter.